
Meer dan een eeuw werd op Palmzondag de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach uitgevoerd door het Concertgebouworkest, met solisten en koren. In die tijd zijn er vele verschillende opvattingen geweest, in tempo, in versieringen, welke instrumenten, klassieke of barokke uitvoeringen, etc. Nog niet zo lang geleden, was zelfs de taal een vraag, want door de Nederlandse vertaling van Jan Rot kon iedere Nederlander begrijpen waar het over ging. En eigenlijk is er, naar mijn mening, sindsdien de klad ingekomen. Er kwamen meezing-uitvoeringen in het Duits en in het Nederlands, met de beste bedoelingen, maar lang niet iedereen besefte meer wat de aanleiding was voor zoveel mooie muziek. Het was genieten geblazen. Of het nu hierdoor kwam, of omdat er nog zoveel andere prachtige muziek is die ook eens ten gehore gebracht moest worden, ik weet het niet, maar het Concertgebouworkest heeft gebroken met de traditie en zo kon het gebeuren dat er op Palmzondag op Radio 4 de St. John Passion van James MacMillan (zie portret) werd uitgezonden, die op dat moment in het Concertgebouw werd uitgevoerd. Achtergrond informatie kun je vinden in deze
recensie , waarin ze ook schrijven dat het volgend jaar weer allemaal gewoon wordt. Zelf ben ik maandagavond naar een Matthäus-Passion geweest van Johann Georg Kühnhausen (1661-1714). Een componist die leefde zo tussen Heinrich Schütz (1585-1672) en Johann Sebastian Bach (1685-1750). Alle drie hebben ze de tekst van Matteus op muziek gezet en als je achterelkaar naar alle drie zou luisteren, kun je goed horen wat voor muzikale ontwikkelingen er zijn geweest in die eeuw tijd. Sommige stijlfiguren bijv. bij Kühnhausen, kon je zo weer terughoren bij Bach, alleen veel meer uitgewerkt. Ik heb maandagavond dan ook genoten van een stijlvolle en ingetogen Passie-uitvoering.
